Veelgestelde vragen

In onderstaande lijst vindt u een overzicht van de veelgestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact op met uw pensioenfonds.

Pensioenoverzicht

U krijgt elk jaar een pensioenoverzicht. Als u niet meer deelneemt aan onze pensioenregeling stellen we uw pensioenoverzicht ook 1 keer per jaar beschikbaar via Mijn pensioen.

Ja. Het pensioen dat u door waardeoverdracht erbij heeft gekregen, staat niet apart vermeld op uw pensioenoverzicht. De waardeoverdracht is verwerkt in uw pensioenoverzicht als u van ons een bevestiging heeft gekregen. Heeft u nog geen bevestiging gekregen? Dan is uw verzoek voor waardeoverdracht nog niet verwerkt in onze administratie.

Nee. U vindt het verevende pensioen niet terug op uw pensioenoverzicht. Het pensioen voor uw ex-partner is van uw pensioen afgehaald. U vindt het pensioen voor uw ex-partner ook niet terug op uw pensioenoverzicht.

U vindt uw pensioenoverzicht in Mijn pensioen, in Mijn archief. Heeft u er voor gekozen het pensioenoverzicht alleen nog digitaal te ontvangen dan krijgt u geen exemplaar meer per post.

Aanmelden bij SPV

Ja. Iedereen die in Nederland als verloskundige werkt, is verplicht zich aan te melden bij de beroepspensioenregeling.

U kunt uzelf aanmelden met het aanmeldformulier.

Bent u gehuwd of heeft u een geregistreerd partnerschap? Dan hoeft u niets te doen. Wij krijgen hier automatisch bericht van via de gemeente. Heeft u een samenlevingscontract? Dan moet u uw partner zelf aanmelden. Trouwde u in het buitenland? Meld uw partner dan ook zelf aan. Stuur een kopie van de huwelijksakte mee met het formulier.

Informatie over trouwen en samenwonen

U neemt deel (eventueel met terugwerkende kracht) per de datum dat u gestart bent met uw werkzaamheden.

Binnen 6 weken nadat u uw welkomstbericht ontvangen hebt, krijgt u uw eerste rekening. Wordt u met terugwerkende kracht aangemeld? Dan betaalt u het bedrag over de gehele periode. Let hierop als u toestemming geeft voor automatische afschrijving.

U meld zich online aan bij ons. Als u in loondienst bent krijgt u binnen 2 weken een werkgeversformulier. Uw werkgever moet deze ondertekenen om aan te geven dat de ingevulde gegevens juist zijn. Binnen vier weken nadat u het formulier naar ons heeft teruggestuurd, krijgt u laag 1 van de Pensioen 123 en de eerste rekening. Als u zelfstandige bent krijgt u geen werkgeversformulier. Binnen 4 weken na uw aanmelding krijgt u laag 1 van de Pensioen 123 en de eerste rekening.

Bent u (waarnemer) in loondienst? Dan is uw beroepsinkomen uw bruto jaarsalaris, inclusief vakantiegeld en inclusief de vaste vergoeding voor avond-, nacht- en weekenddiensten. Bent u zelfstandige? Dan gaat u uit van uw winst of resultaat van 3 jaar geleden. Lees dit na in de Inkomensopgave toelichting bij de downloads.

Downloads

Adreswijziging

Verhuist u binnen Nederland? Dan hoeft u niets door te geven. Ons administratiesysteem is namelijk gekoppeld met de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Verhuist u naar of in het buitenland, dan moet u dit schriftelijk aan ons door geven.

Standaard sturen wij uw nota’s naar uw woonadres. U kunt uw nota’s op een ander adres ontvangen, bijvoorbeeld uw praktijkadres. U geeft hiervoor een factuuradreswijziging door. Hiervoor kunt u het formulier downloaden.

Wijzigingsformulieren

Onze tenaamstelling is hetzelfde als in de gemeentelijke basisadministratie. Zodra de naamswijziging is aangepast bij de gemeente staat uw nieuwe naam ook in onze administratie.

Afmelden bij SPV

Nee, als waarnemer loopt uw deelname het gehele jaar door. U schat uw beroepsinkomen van dat jaar. In het begin van ieder jaar geeft u uw werkelijk verdiende inkomen aan van het voorgaande jaar.

Onbetaald verlof heeft een aparte status bij het pensioenfonds. Onder bepaalde voorwaarden blijft u verzekerd voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en is uw partner verzekerd van partnerpensioen. U betaalt in de periode van onbetaald verlof geen premie voor pensioenopbouw, maar wel premie voor het risico van overlijden (het partnerpensioen) en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Geef altijd aan het pensioenfonds door dat u met onbetaald verlof gaat.

Als u stopt met uw werkzaamheden als eerstelijns verloskundige, voldoet u niet meer aan de voorwaarden voor deelname aan de pensioenregeling. U wordt afgemeld. Uw opgebouwde pensioen blijft staan en wordt ieder jaar geïndexeerd met minimaal 2%. Uw pensioen komt op uw pensioenleeftijd tot uitkering. U kunt uw pensioenopbouw onder bepaalde voorwaarden wel vrijwillig voortzetten.

Uw opgebouwde pensioenaanspraken blijven staan bij SPV. De pensioenaanspraken worden ieder jaar geïndexeerd met minimaal 2%. Uw pensioen komt op uw pensioenleeftijd tot uitkering. Gaat u pensioen opbouwen bij een ander pensioenfonds? Dan kunt u de waarde van uw pensioen overdragen naar uw nieuwe pensioenregeling.

U ontvangt een schriftelijke bevestiging binnen vier weken nadat u het verzoek tot afmelding hebt ingediend. Als u in de tussentijd een nota hebt ontvangen voor een periode die niet op u van toepassing is, kunt u deze als niet verzonden beschouwen. Let op: als u gebruik maakt van automatische incasso kan het gebeuren dat de premie nog automatisch afgeschreven wordt. In dat geval wordt de premie na verwerking zo spoedig mogelijk teruggestort op uw rekening. U kunt de premie laten terugboeken door uw bank.

Automatische incasso

U moet de premie alsnog zelf overmaken. De openstaande premie wordt niet bij de volgende incassering geïnd.

U kunt ons een e-mail of een brief sturen. Vermeld altijd uw deelnemersnummer en rekeningnummer. Uw verzoek wordt niet met onmiddellijke ingang verwerkt. Meld daarom de beëindiging ruim van te voren (ongeveer vier weken) om onbedoelde incasso te voorkomen.

U kunt het machtigingsformulier SPV downloaden. Als u dit volledig ingevuld en ondertekend naar ons retour stuurt, passen wij dit voor u aan.

Downloads

U kunt het machtigingsformulier SPV downloaden. Als u dit volledig ingevuld en ondertekend naar ons retour stuurt, passen wij uw rekeningnummer voor u aan.

Downloads

Alleen als u niet per automatische incasso betaalt, ontvangt u maandelijks een nota. Wij brengen hiervoor per nota € 2,50 in rekening. Betaalt u via automatische incasso dan ontvangt u in ieder geval één keer per jaar een jaarnota en bij iedere wijziging van uw premie ontvangt u hiervan bericht. Dit is een grote kostenbesparing voor het pensioenfonds, waardoor er meer pensioen voor de deelnemers opgebouwd kan worden.

Ja, dit is mogelijk. Uw werkgever kan dan een machtigingsformulier insturen. Hier moet duidelijk op vermeld staan dat het voor u (deelnemersnummer) bestemd is. Automatische incasso vanaf een voormalig Postbank-rekeningnummer levert problemen op vanwege de naam/nummer-controle bij de ING op deze rekeningnummers. De automatische incasso wordt namelijk altijd op uw naam uitgevoerd. U blijft als deelnemer ook altijd zelf verantwoordelijk voor de betaling van uw pensioenpremie.

De betaling van uw pensioenpremie verloopt dan automatisch. U loopt niet tegen eventuele betalingsachterstanden aan. Automatische incasso is voor het pensioenfonds veel goedkoper. Als een pensioenpremie naar uw mening onjuist of onterecht is, kunt u deze na de incasso bovendien eenvoudig terugboeken. Dit is niet mogelijk bij handmatige betalingen, zoals een ingeplande betalingsopdracht bij uw bank.

Belangrijke wijzigingen

Een onderdeel van de wijzigingen is dat de pensioenpremie stijgt van 12,1% naar 15,7%, zodat u meer pensioen op gaat bouwen. Het voorstel is om te komen tot en een pensioen van 55% van het beroepsinkomen (incl. AOW).

De levensverwachting stijgt sneller dan gedacht. Om de pensioenen ook in de toekomst betaalbaar te houden, heeft de overheid de regels aangepast. Zo gaat de AOW-leeftijd stapsgewijs naar 67 jaar. Het pensioen dat u belastingvrij kunt opbouwen, wordt aan een maximum gebonden. Bovendien worden de eisen voor de financiering van pensioenfondsen strenger om pensioenen beter bestand te maken tegen economische schommelingen.

De deelnemersvereniging bepaalt hoe de pensioenregeling er uit ziet. Ook meet de deelnemersvereniging of er nog voldoende draagvlak is voor een collectieve pensioenvoorziening voor verloskundigen. Leden van de deelnemersvereniging kunnen meepraten en meebeslissen over wijzigingen in de pensioenregeling. De uitvoering van de regeling is in handen van Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen.

De pensioenregeling is een wettelijk verplichtgestelde beroepspensioenregeling. Dat wil zeggen dat iedere verloskundige die ingeschreven is of ingeschreven is geweest in het register als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg of voldaan heeft aan alle eisen die aan inschrijving als verloskundige zijn gesteld, werkzaam is in de eerstelijns praktijk in Nederland en jonger dan 67 jaar is, verplicht is om zichzelf aan te melden.

Belastingdienst en premie

De betaalde premie geldt als ‘negatief loon’. Dit betekent dat u het totaal van de betaalde premie over een jaar aftrekt van het belastbaar inkomen over datzelfde jaar. Dit doet u zo: in box 1 Werk en Woning, onder loon, geeft u op de eerste regel(s) aan wat de inkomsten zijn (per werkgever een aparte regel) over een bepaald jaar. Daaronder geeft u op een aparte regel aan wat de door u betaalde premie is over datzelfde jaar. Vul bij ‘naam werkgever’ de naam van het pensioenfonds in (Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen) en vul als ‘loon’ de betaalde premie als een negatief bedrag in (het premiebedrag met een minteken). Dan wordt de premie gezien als ‘negatief loon’.

De deelnemer van SPV, die in loondienst werkzaam is en die zelf uit het netto-inkomen de pensioenpremie heeft betaald aan het pensioenfonds, kan deze premie als ‘negatief loon’ opvoeren bij de aangifte inkomstenbelasting van de Belastingdienst. De deelnemer van SPV, die als zelfstandig werkzaam is mag de betaalde pensioenpremie als kosten ten laste van de fiscale winst brengen. De pensioenpremie voor de pensioenregeling is volledig aftrekbaar.

Uw betaalde pensioenpremie vindt u op uw bankafschriften. De Belastingdienst accepteert een overzicht van het pensioenfonds van betaalde premies niet als afdoende bewijs. Daarom heeft het geen zin als SPV een overzicht stuurt. Lees meer bij Belastingaangifte.

Wilt u weten hoeveel fiscale ruimte u hebt om uw pensioen aan te vullen met lijfrentes? Dan hebt u het bedrag van de jaarlijkse pensioenaangroei (de factor A) nodig. Op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) vindt u de factor A van het afgelopen jaar. U gebruikt altijd de A-factor van het jaar dat voor het jaar lag waarover u aangifte doet.

Beroepsarbeidsongeschikt

Als u beroepsarbeidsongeschikt bent en geen inkomen uit verloskunde meer hebt, hoeft u de pensioenpremie niet te betalen. Uw pensioenopbouw stopt dan.

Ja, dit is gedurende 3 jaar mogelijk. U moet dan de premie uit eigen middelen betalen en de voortzetting aanvragen binnen 9 maanden na het beëindigen van de deelname aan de pensioenregeling. Blijft u werkzaam als zelfstandig ondernemer dan kunt u gedurende 10 jaar gebruik maken van de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting. Als er sprake is van onvrijwillig ontslag in verband met arbeidsongeschiktheid, kan de pensioenopbouw worden voortgezet zolang een inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering wordt ontvangen. Voor aanvullende voorwaarden en informatie kunt het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 6 november 2015, nr BLKB2015/830M raadplegen.

U kunt een verzoek tot premievrijstelling bij beroepsarbeidsongeschiktheid schriftelijk indienen bij het pensioenfonds of door gebruik te maken van het online formulier. Let op: een verzoek tot premievrijstelling moet binnen 3 jaar nadat de beroepsarbeidsongeschiktheid zich heeft geopenbaard, (schriftelijk) worden ingediend. U kunt dit doen via Mijn pensioen.

Mijn pensioen

Als u al premievrijstelling hebt, verandert er niets zolang u aan de huidige voorwaarden blijft voldoen. Zodra u revalideert of meer verdient dan het voor u geldende grensbedrag vervalt de premievrijstelling en valt u onder de nieuwe voorwaarden. Het grensbedrag staat in uw toekenningsbrief vermeld.

Uw huidige premievrijstelling loopt tot uw 65ste jaar. Uw pensioendatum is 67 jaar. U kunt ervoor kiezen uw pensioen eerder dan 67 jaar in te laten gaan.

Ja, dat kan binnen 3 maanden nadat u op een later moment zelf een arbeidsongeschiktheidsverzekering sluit.

Over het algemeen is de WIA voldoende. Het UWV kan echter verlangen dat u andere arbeid verricht waardoor u geen recht hebt op een uitkering en daarmee op premievrijstelling. Een AOV met een dekking op basis van beroepsarbeidsongeschiktheid biedt meer zekerheid op een uitkering en dus meer zekerheid op vrijstelling van premiebetaling.

Nee, pas op het moment dat u bij arbeidsongeschiktheid premievrijstelling aanvraagt, vragen wij om een kopie van uw AOV of een WIA-beschikking en een bewijs van uitkering.

Na uw aanmelding bij SPV heeft u 3 maanden de tijd om te kiezen voor de verzekering voor PVI. En binnen 3 maanden na het afsluiten van een inkomensverzekering voor arbeidsongeschiktheid.

  • U moet premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid hebben meeverzekerd bij SPV.
  • Als u als verloskundige niet meer in de vrije praktijk werkzaam bent en geen inkomen uit verloskunde heeft, vanwege blijvende algehele arbeidsongeschiktheid. Een eventuele toekenning van premievrijstelling wordt beoordeeld door een commissie van het pensioenfonds: de Commissie Beoordeling Beroepsarbeidsongeschiktheid. De procedure wordt pas in gang gezet als u stukken aanlevert waaruit blijkt dat u niet meer werkzaam bent in de vrije praktijk. Denk hierbij aan een overdrachtsdocument van uw maatschapsdeel, een verklaring van een accountant, of een bewijs van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Neem contact op met het pensioenfonds als u hierover meer informatie wilt ontvangen.
  • Vanaf 1 januari 2015 kunt u alleen premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid toegekend krijgen als u ook een inkomensvervangende arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt. Bent u werkzaam in loondienst? Dan hebt u mogelijk recht op een WIA-uitkering. Werkt u als zelfstandige? Dan telt een uitkering uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering als inkomensvervangende uitkering. De inkomensvervangende uitkering moet minstens op minimumloonniveau zijn.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Als u wegens blijven algehele arbeidsongeschiktheid niet meer in staat bent om uw beroep uit te oefenen, neemt het fonds, onder bepaalde voorwaarden, de betaling van uw pensioenpremie over.

Wanneer u alle gevraagde stukken hebt ingestuurd, ontvangt u vanzelf bericht over de verdere gang van zaken rondom uw aanvraag tot premievrijstelling. De hele procedure kan meerdere maanden in beslag nemen. Uiteraard is het streven om uw aanvraag zo snel mogelijk af te ronden.

Het minimuminkomen is gelijk aan het wettelijk minimumloon. Dit vindt u op de website van de rijksoverheid.

Rijksoverheid.nl: minimumloon

Beroepsinkomen en premie

De premie wordt berekend aan de hand van uw beroepsinkomen minus de franchise (= pensioengrondslag). Er wordt ook rekening gehouden met uw eventuele deeltijdpercentage (beroepsinkomen: norminkomen x 100%) en het premiepercentage dat voor u geldt.

De premie wordt verhoogd met hetzelfde premiepercentage dat u betaalt over het gemaximeerde beroepsinkomen, maar dan over het totale beroepsinkomen. De extra premie is gemaximeerd op 1/3 van de reguliere maximum premie. Hiermee krijgt u een hogere pensioenopbouw.

We stellen uw jaarpremie altijd vast op basis van het inkomen dat u verdiend had als u het hele jaar zou hebben gewerkt. Maar u betaalt alleen premie over de maanden waarin u als verloskundige werkzaam was.

Belangrijke bedragen

Ja, u kunt meer pensioen opbouwen bij SPV door vrijwillig extra premie te betalen. Lees meer bij Zelf sparen.

Bent u (waarnemer) in loondienst? Dan is uw beroepsinkomen uw bruto jaarsalaris, inclusief vakantiegeld en inclusief de vaste vergoeding voor avond-, nacht- en weekenddiensten. Bent u zelfstandige? Dan gaat u uit van uw winst of resultaat van 3 jaar geleden. Lees dit na in de Inkomensopgave toelichting bij de downloads.

Downloads

U ontvangt de afrekening van het afgelopen jaar én de afgelopen maanden van het lopende jaar binnen twee maanden nadat u het formulier Inkomensopgave hebt opgestuurd. Hebt u een verzoek gedaan tot tussentijdse aanpassing van uw inkomen? Dan sturen we u hiervan binnen vier weken een schriftelijke bevestiging. De verwerkingstijd kan enige tijd in beslag nemen.

Bent u (waarnemer) in loondienst of DGA? Stuur dan met de inkomensopgave uw jaaropgave mee. Hebt u geen jaaropgave ontvangen? Stuur dan uw laatste (december) loonstrook mee.

Heeft u fiscale winst uit onderneming laat de inkomensopgave dan ook ondertekenen door uw accountant of financieel adviseur.

Heeft u geen accountant of financieel adviseur, stuurt u dan het volgende mee met dit formulier:

  • een kopie van uw belastingaangifte
  • een kopie van uw definitieve aanslag inkomstenbelasting
  • een bewijsstuk waaruit het bedrag van de pensioenpremie blijkt die ten laste is gebracht van de winst of het resultaat.

Deelname SPV vrijwillig voortzetten

U kunt uw pensioen nog maximaal drie jaar (als u in loondienst bent) of tien jaar (als u zelfstandige bent) vrijwillig voortzetten bij SPV.

Zodra u geen werk meer hebt als eerstelijns verloskundige valt u niet meer onder de verplichtstelling. U hoeft dan niet meer pensioen op te bouwen bij ons. U moet het wel melden als u niet meer werkt als eerstellijns verloskundige. Meld dan ook schriftelijk bij SPV dat u op vrijwillige basis pensioen wilt blijven opbouwen bij SPV. Dat heet vrijwillige voortzetting van pensioen.

Ja, u kunt op elk gewenst ogenblik stoppen met vrijwillige voortzetting van uw pensioenopbouw. Geef dit dan schriftelijk door aan het pensioenfonds. U kunt daarna niet meer opnieuw starten met vrijwillige voortzetting van uw pensioenopbouw.

Nee, u ontvangt na de maximale periode automatisch bericht van het pensioenfonds dat de vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw wordt stopgezet.

Als u in een andere branche gaat werken of u gaat werken als tweedelijns verloskundige, heeft dit geen gevolgen voor de vrijwillige voortzetting van uw pensioenopbouw.

Als u in een andere branche gaat werken of u gaat werken als tweedelijns verloskundige, heeft dit geen gevolgen voor de vrijwillige voortzetting van uw pensioenopbouw.

In eerste instantie houdt het pensioenfonds de laatst vastgestelde premie aan. Maar u kunt zelf aangeven op basis van welk beroepsinkomen het pensioenfonds de premie moet bepalen.

Aansluitend op uw deelname aan het pensioenfonds (omdat u als verloskundige werkzaam was) mag u nog maximaal 3 jaar (als u in loondienst bent) of 10 jaar (als u zelfstandige bent) uw pensioenopbouw voortzetten.

Geef het schriftelijk door aan het pensioenfonds als u niet meer werkt als verloskundige, maar wel vrijwillig uw pensioenopbouw wilt voortzetten. Ieder jaar ontvangt u een formulier Inkomensopgave van het pensioenfonds. Hiermee geeft u aan het pensioenfonds door welk beroepsinkomen het pensioenfonds moet hanteren voor het bepalen van de premie en de pensioenopbouw.

Deelnemersvereniging (DPV)

Kijk voor meer informatie over het lid worden van de vereniging op de pagina lid worden.

U ziet dit bij uw persoonlijke gegevens bij Mijn pensioen. Bent u nog geen lid, maar wilt u dat wel worden? Meldt u zich dan hier direct aan. Als lid heeft u medezeggenschap over uw pensioenregeling. Het lidmaatschap verplicht u tot niets.

Ik heb een klacht

Klachten meldt u allereerst bij de pensioenadministratie. Dat kan schriftelijk of via e-mail. De pensioenadministratie zoekt in overleg met u naar een oplossing. Lukt dat niet meteen, dan wordt de klacht geregistreerd en doorgegeven aan de betreffende afdeling. U ontvangt hiervan een schriftelijke bevestiging. Op korte termijn wordt een oplossing geboden.

Zie de pagina "Klachten en geschillen" voor meer informatie.

Klachten en geschillen

Als u niet tevreden bent met de oplossing of als uw klacht via de pensioenadministratie ongegrond wordt bevonden, kunt u in beroep gaan bij het bestuur van uw pensioenfonds. Als u het niet eens bent met de beslissing van het bestuur van uw pensioenfonds, kunt u uw klacht voorleggen aan de landelijke Ombudsman Pensioenen.

Zie de pagina "Klachten en geschillen" voor meer informatie.

Klachten en geschillen

Indexatie - verhoging

Als de prijzen van levensonderhoud stijgen, kunt u minder kopen voor hetzelfde geld. Uw koopkracht wordt dan minder. Om dit te voorkomen, wordt uw pensioen geïndexeerd (= verhoogd).

Ieder jaar wordt uw pensioen bij SPV geïndexeerd (= verhoogd), met minimaal 2%. Dit is gegarandeerd.

Toeslag is verhoging van uw pensioen. Als u nog niet met pensioen bent, worden uw opgebouwde pensioenaanspraken geïndexeerd. Als u al met pensioen bent, wordt uw pensioenuitkering geïndexeerd.

Ja, uw pensioen wordt ieder jaar verhoogd. Als u nog niet met pensioen bent, worden uw opgebouwde pensioenaanspraken geïndexeerd. Als u al met pensioen bent, wordt uw pensioenuitkering geïndexeerd.

Inkomensopgave

Op basis van fiscale wetgeving dient u te bevestigen dat u inderdaad minimaal het maximale beroepsinkomen heeft met een deeltijdpercentage van 100%. Indien dit onterecht wordt bevestigd, is het mogelijk dat u bovenmatig pensioen opbouwt. Dit kan er toe leiden dat u hierdoor fiscaal nadeel ondervindt. Raadpleeg hiervoor uw financieel of fiscaal adviseur.

Op basis van wijziging in wetgeving is de fiscale winst uit onderneming van drie jaar geleden bepalend voor de vaststelling van uw huidige beroepsinkomen. De wetgever heeft hier onder andere voor gekozen, omdat de winstcijfers van drie jaar terug veelal bekend zijn. Dit hoeft voor de fiscale winst uit onderneming van een jaar geleden of twee jaar geleden niet altijd zo te zijn, waardoor het in dat geval onmogelijk is om het beroepsinkomen vast te stellen.

Als u nog niet drie jaar werkzaam bent als zelfstandige, is er geen fiscale winst uit onderneming van drie jaar geleden om uw beroepsinkomen te bepalen. In dat geval kunt u een schatting van uw beroepsinkomen doorgeven. Het is verstandig om deze schatting te baseren op bijvoorbeeld de winstcijfers van twee of één jaar geleden, zodat uw pensioenopbouw correspondeert met uw feitelijke inkomen.

Het deeltijdpercentage geeft weer hoeveel u werkt ten opzichte van een volledige werkweek. U berekent uw deeltijdpercentage door uw gewerkte uren van drie jaar terug te delen door 1750. U kunt voor de berekening van uw gewerkte uren en het deeltijdpercentage gebruik maken van de 'Rekenhulp deeltijdpercentage'.

Voor de vaststelling van uw beroepsinkomen als zelfstandige is de fiscale winst uit onderneming van 3 jaar terug bepalend. Uw beroepsinkomen is gelijk aan uw fiscale winst uit onderneming van 3 jaar geleden. Uw deeltijdpercentage wordt ook berekend op basis van de gewerkte uren van 3 jaar terug.

Het deeltijdpercentage geeft weer hoeveel u werkt ten opzichte van een volledige werkweek. Werkt u een vast overeengekomen aantal uren dan is het deeltijdpercentage gelijk aan het deeltijdpercentage zoals in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen.

Werkt u niet een vast aantal uren, dan kunt u het deeltijdpercentage vaststellen door het opgegeven beroepsinkomen uit te drukken in een percentage van het norminkomen voor loondienstmedewerkers in de loonschaal die van toepassing is, zoals deze door de KNOV is opgesteld.

Ten opzichte van voorgaande jaren wijzigt er niets in de vaststelling van uw beroepsinkomen als u werkzaam bent in loondienst. Wij zullen uitgaan van uw loon voor loonheffing, oftewel uw fiscaal loon.

Beroepspensioenfondsen vallen per 1 januari 2015 onder dezelfde fiscale kaders als werknemerspensioenregelingen. Hierdoor wordt het pensioengevend inkomen vastgesteld door uit te gaan van de winst van drie jaar geleden.

Door het beroepsinkomen vast te stellen op basis van uw fiscale winst uit onderneming, wordt bij de bepaling van het beroepsinkomen rekening gehouden met de werkelijk gemaakte kosten. Voorheen werd er uitgegaan van een vast kostenaftrekpercentage van 30%. Dit leidt er toe dat uw beroepsinkomen beter zal aansluiten op uw inkomen.

Inloggen

Via `Uw gegevens` kunt u inloggen op het besloten gedeelte van de website. Heeft u al eens eerder ingelogd op deze website? Dan kunt u op de inlogpagina klikken op "Klik hier als u uw wachtwoord bent vergeten." om een nieuw wachtwoord aan te vragen. Hiervoor moet u uw BSN en het e-mailadres, dat u eerder op deze website geregistreerd hebt, invullen. U ontvangt dan een e-mail op dit ingevulde e-mailadres met uw nieuwe wachtwoord.

Na de eerste keer inloggen moet u eenmalig uw wachtwoord wijzigen. Dit wordt automatisch aan u gevraagd. Na 90 dagen verloopt uw wachtwoord en wordt u opnieuw gevraagd uw wachtwoord te wijzigen.

U kunt contact opnemen met de pensioenfondsadministratie en een nieuw wachtwoord aanvragen. De gegevens vindt u op de pagina "Contact" van deze website.

Klik hier om naar de contact pagina te gaan

U kunt inloggen mits u recht hebt op toegang tot de besloten onderdelen van deze website. U kunt bij de administratie van uw pensioenfonds uw inloggegevens aanvragen. De gegevens vindt u op de contact pagina van deze website.

Klik hier om naar de contact pagina te gaan

U hebt, mits u daar recht toe heeft, van de administratie van uw pensioenfonds twee brieven ontvangen met in de eerste brief uw gebruikersnaam en in de tweede brief uw wachtwoord. Deze kunt u gebruiken om in te loggen op deze website.

Herstelplan

Tussen pensioenfondsen bestaan grote verschillen. Denk aan de verschillen in leeftijd van de deelnemers, het aantal gepensioneerden en het aantal parttimers. Daarnaast spelen de omvang van het vermogen, de beleggingsmix en het beleid voor de afdekking van de rente een rol. En bij ondernemings- of bedrijfstakpensioenfondsen kan er een afspraak bestaan tussen het fonds en de werkgever dat de werkgever in moeilijke tijden bijspringt. SPV is een beroepspensioenfonds, dus daar kan de werkgever niet bijspringen. Al deze zaken leiden tot verschillen in de dekkingsgraad.

Voor SPV telt het nu zwaar dat de gemiddelde leeftijd van de deelnemers laag is in vergelijking met andere fondsen. SPV is een jong fonds en daardoor is SPV gevoeliger voor renteontwikkelingen. De ingelegde premie levert met de huidige lage rente voor de lange termijn veel minder op. Verder heeft de onvoorwaardelijke indexatie van 2% bij SPV invloed op de dekkingsgraad. Zonder deze vaste verhoging zou de dekkingsgraad een flink stuk hoger zijn.

Maatregelen 2019

Of we de pensioenen moeten verlagen, hangt af van onze dekkingsgraad. Die laat zien hoe SPV er financieel voor staat. Onze dekkingsgraad moet tenminste 104,5% zijn. Eind december 2018 was onze dekkingsgraad 87,5%. Omdat onze dekkingsgraad te laag is, moeten we maatregelen nemen om onze financiële positie te verbeteren. De lage dekkingsgraad komt vooral door de lage rentestand. Met de huidige lage rente levert de ingelegde premie voor de lange termijn onvoldoende op. Daarnaast zijn we een fonds met veel jonge deelnemers. Dit en de lage rentestand zorgt ervoor dat we nu meer geld opzij moeten zetten om de pensioenen ook in de toekomst te kunnen betalen.

In 2019 nemen we 2 maatregelen. Op 1 januari 2019 bleef de pensioenopbouwkorting voor actieve deelnemers gelijk op 30%. Daarnaast verlagen we op 31 december 2019 de opgebouwde pensioenen en de pensioenuitkeringen met 1,8%. Op deze manier verdelen we de lasten op een evenwichtige manier tussen actieve deelnemers, oud-deelnemers en uitkeringsgerechtigden. Zo draagt iedereen bij aan een toekomstbestendige pensioenregeling en wordt de rekening niet doorgeschoven naar toekomstige generaties.

Van uw premie kopen we elk jaar een stukje pensioen voor later in. Ook in 2019 verlaagden we de pensioenopbouw met 30%. Dat betekent dat elke euro premie die u dit jaar aan premie betaalt, 30% minder pensioen oplevert. Het verlagen van de pensioenopbouw was nodig, omdat door de aanhoudende lage rente de pensioenopbouw met verlies wordt ingekocht. Door deze verlaging kunnen we de verlaging van de pensioenaanspraken en -uitkeringen beperkt houden tot 1,8% op 31 december 2019.

In onze brief van juni 2019 las u wat deze maatregelen betekenen voor uw pensioen. Deze maatregelen zijn verwerkt in het pensioenoverzicht dat u in 2019 ontving.

Ja, u houdt altijd pensioen over. SPV heeft nog steeds veel geld in kas. Zo wordt uw pensioen bij SPV altijd verhoogd met een onvoorwaardelijke indexatie van 2%*. Uw pensioen bij SPV wordt nu verlaagd met 1,8%. Maar door de jaarlijkse verhoging van 2%* neemt uw pensioen, ondanks de verlaging, toch toe met 0,2%.

Naast uw pensioen bij SPV heeft u misschien in het verleden ook pensioen opgebouwd bij andere pensioenfondsen. Op mijnpensioenoverzicht.nl. vindt u een totaaloverzicht van uw AOW en het door u opgebouwde pensioen.

*Voor sommige oud-deelnemers en gepensioneerden kan dit percentage anders zijn.

Met pensioen gaan

U moet 6 maanden voor de datum waarop u met pensioen wilt gaan contact opnemen met het pensioenfonds.

U ontvangt ongeveer 6 maanden voor uw pensioendatum een brief van het pensioenfonds met informatie over uw pensioneren.

‘Conversie’ betekent ‘omzetten’. Bij conversie bij pensionering kiest u ervoor om uw jaarlijkse (gegarandeerde) indexatie met 2 procentpunten te verlagen. Daarvoor krijgt u bij aanvang van uw pensioen een hogere pensioenuitkering.

Gaat u met pensioen en hebt u geen partner? Dan wordt uw opgebouwde partnerpensioen automatisch uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen. Hebt u wel een partner en wilt u het opgebouwde partnerpensioen uitruilen voor extra ouderdomspensioen? Dan moet uw partner hiermee akkoord gaan.

Op de pensioenplanner bij Mijn pensioen kunt u uw pensioenuitkering bekijken bij verschillende situaties. Ook kunt u daar zien hoeveel pensioen u ongeveer krijgt als u eerder met pensioen gaat.

Als u later dan uw 67e met pensioen gaat en dan pas uw pensioenuitkering laat uitkeren, wordt uw pensioenuitkering verhoogd. Hoeveel dit is, kan berekend worden op grond van ‘uitstelfactoren’, die rekening houden met uw leeftijd. De uitstelfactoren zijn opgenomen in het pensioenreglement.

Partnerpensioen

Een keer per vijf jaar ontvangt u een pensioenoverzicht van uw aanspraken op bijzonder partnerpensioen. Of vraag het aan het pensioenfonds.

Contact

U download het formulier Aanmelden partnerpensioen en voegt een kopie van uw samenlevingscontract toe. Stuur dit naar ons op. Bent u gehuwd in het buitenland? Stuur dan een kopie van uw huwelijksakte mee.

Wijzigingsformulieren

Overlijdt u tijdens uw actieve deelname? Dan ontvangt uw partner ongeveer 70% van het pensioen dat u zou opbouwen als u met hetzelfde gemiddelde salaris van de afgelopen vijf jaar door zou hebben gewerkt tot uw 67ste. Bent u geen actief deelnemer (meer)? Dan ontvangt uw partner ongeveer 70% van het tot dan toe opgebouwde ouderdomspensioen.

De pensioenregeling van SPV heeft standaard opbouw van partnerpensioen. Alleen als u een partner hebt, wordt dit aan een partner toegewezen. Als u met pensioen gaat en u hebt geen partner, dan wordt het opgebouwde partnerpensioen automatisch uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen voor u.

Alleen als beide ex-partners overeenkomen dat zij afstand doen van het recht op bijzonder partnerpensioen hoeft het pensioenfonds dit niet af te splitsen van het partnerpensioen. Dit moet letterlijk zijn vastgelegd in een document met oog op de scheiding (bijvoorbeeld echtscheidingsconvenant of notariële akte), geef dit dan door aan het pensioenfonds.

Het partnerpensioen wordt automatisch uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen als u met pensioen gaat en u dan geen partner hebt. Als u wel een partner hebt, moet uw partner toestemming geven om het partnerpensioen uit te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen.

Als is vastgelegd dat u afstand doet van het bijzonder partnerpensioen in een document met oog op de scheiding (bijvoorbeeld echtscheidingsconvenant of notariële akte), geef dit dan door aan het pensioenfonds. In dat geval wordt het bijzonder partnerpensioen niet afgesplitst. Dan gaat na overlijden van de deelnemer het hele partnerpensioen naar de persoon die op moment van overlijden als partner is aangemerkt.

Als de hoogte van het jaarlijks bedrag aan bijzonder partnerpensioen van uw ex-partner onder de wettelijke afkoopgrens ligt, mag het pensioenfonds deze aanspraken binnen 6 maanden afkopen. Afkopen is het uitkeren van een eenmalig bedrag ter hoogte van de waarde van het bijzonder partnerpensioen. Na afkoop heeft uw ex-partner na uw overlijden geen recht meer op een maandelijkse uitkering van bijzonder partnerpensioen.

Het pensioenfonds splitst na de echtscheiding automatisch een bijzonder partnerpensioen af voor de ex-partner.

Als u overlijdt, valt een aanzienlijk deel van het gezamenlijk inkomen weg. Dit kan vervelende financiële gevolgen hebben voor uw nabestaanden.

U hoeft uw kinderen niet aan te melden. Onze administratie is gekoppeld aan de gemeentelijke basisadminstratie (GBA). Als u overlijdt, nemen wij contact op met uw nabestaanden.

Bent u gehuwd of heeft u een geregistreerd partnerschap? Dan hoeft u niets te doen. Wij krijgen hier automatisch bericht van via de gemeente. Heeft u een samenlevingscontract? Dan moet u uw partner zelf aanmelden. Trouwde u in het buitenland? Meld uw partner dan ook zelf aan. Stuur een kopie van de huwelijksakte mee met het formulier. Lees meer bij Trouwen en samenwonen.

Na uw overlijden ontvangt uw ex-partner het bijzonder partnerpensioen.

Als u overlijdt, ontvangt uw partner een levenslange partnerpensioenuitkering. Overlijdt u tijdens uw actieve deelname? Dan ontvangt uw partner ongeveer 70% van het pensioen dat u zou opbouwen als u met hetzelfde gemiddelde salaris van de afgelopen vijf jaar door zou hebben gewerkt tot uw 67ste (hiervan gaat af: bijzonder partnerpensioen voor ex-partners).

Bijzonder partnerpensioen is partnerpensioen dat is opgebouwd tot aan de scheidingsdatum (of beëindiging geregistreerd partnerschap of beëindiging samenlevingscontract). Het bijzonder partnerpensioen ontvangt de ex-partner na uw overlijden. Bijzonder partnerpensioen wordt bij scheiding of einde samenleving automatisch toegekend aan de ex-partner. De ex-partner kan eventueel afzien van bijzonder partnerpensioen. Als letterlijk is vastgelegd dat u afstand doet van bijzonder partnerpensioen in een document met oog op de scheiding (bijvoorbeeld echtscheidingsconvenant of notariële akte), geef dit dan door aan het pensioenfonds. In dat geval wordt het bijzonder partnerpensioen niet afgesplitst. Dan gaat na overlijden van de deelnemer het hele partnerpensioen naar de persoon die op moment van overlijden als partner is aangemerkt.

Premienota's

In eerste instantie wordt de teruggave van de premie verrekend met eventuele verschuldigde premies. Als daarna nog een restitutie van de premie nodig is, vraagt het pensioenfonds hiervoor uw rekeningnummer bij u op. Dan stort het pensioenfonds de teveel betaalde premie terug.

Nee, digitaal verzenden van de nota is nu niet mogelijk. U krijgt bericht van het pensioenfonds als dit in de toekomst wel mogelijk wordt.

Maakt u gebruik van automatische incasso? Dan ontvangt u geen nota's.

Premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid (PVI)

Als u beroepsarbeidsongeschikt bent en geen inkomen uit verloskunde meer hebt, hoeft u de pensioenpremie niet te betalen. Uw pensioenopbouw stopt dan.

Ja, dit is gedurende 3 jaar mogelijk. U moet dan de premie uit eigen middelen betalen en de voortzetting aanvragen binnen 9 maanden na het beëindigen van de deelname aan de pensioenregeling. Blijft u werkzaam als zelfstandig ondernemer dan kunt u gedurende 10 jaar gebruik maken van de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting. Als er sprake is van onvrijwillig ontslag in verband met arbeidsongeschiktheid, kan de pensioenopbouw worden voortgezet zolang een inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering wordt ontvangen. Voor aanvullende voorwaarden en informatie kunt het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 6 november 2015, nr BLKB2015/830M raadplegen.

Uw PVI stopt dan inderdaad. Want als u geen arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, mag SPV u geen premievrijstelling meer verlenen.

U kunt een verzoek tot premievrijstelling bij beroepsarbeidsongeschiktheid schriftelijk indienen bij het pensioenfonds of door gebruik te maken van het online formulier. Let op: een verzoek tot premievrijstelling moet binnen 3 jaar nadat de beroepsarbeidsongeschiktheid zich heeft geopenbaard, (schriftelijk) worden ingediend bij SPV.

Als u al premievrijstelling hebt, verandert er niets, zolang u aan de huidige voorwaarden blijft voldoen. Zodra u revalideert of meer verdient dan het voor u geldende grensbedrag vervalt de premievrijstelling. U valt dan onder de nieuwe voorwaarden. Het grensbedrag staat in uw toekenningsbrief vermeld.

Uw huidige premievrijstelling loopt tot uw 65e jaar. Uw pensioendatum is 67 jaar. U kunt ervoor kiezen uw pensioen eerder dan 67 jaar in te laten gaan.

Ja, maar alleen als u op een later moment een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluit.

Als u in loondienst bent en meer dan 35% arbeidsongeschikt wordt, ontvangt u een uitkering uit de WIA. Dit is over het algemeen voldoende. Maar het UWV kan verlangen dat u ander werk aanneemt. Dan vervalt het recht op een uitkering, en daarmee ook de premievrijstelling. Meer zekerheid op een uitkering (en dus PVI) biedt een arbeidsongeschiktheidsverzekering met een dekking voor beroepsarbeidsongeschiktheid.

Nee, SPV mag de pensioenopbouw alleen premievrij voortzetten, als u een inkomensvervangende arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt. Een uitkering uit een 'broodfonds' kan inkomensvervangend zijn, maar is niet specifiek wegens arbeidsongeschiktheid. In de wet staat in de definitie van arbeidsongeschiktheidsuitkering ook niets over een broodfonds.

Nee, alleen bij aanvraag van een PVI stuurt u een kopie van uw arbeidsongeschiktheidsverzekering of WIA-beschikking en bewijs van uitkering naar SPV.

U vindt in artikel 1a van het Uitvoeringsbesluit Inkomstenbelasting 2001 de regel dat u premievrij pensioen mag opbouwen als u een inkomensvervangende uitkering ontvangt.

Voor werknemers geldt nu al dat zij een loongerelateerde uitkering moeten ontvangen om in aanmerking te komen voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. De regels voor werknemers die aan een pensioenregeling via hun werkgevers deelnemen, gaan zoveel mogelijk ook gelden voor deelnemers aan een beroepspensioenregeling.

Er gelden 3 voorwaarden:

  1. U bent blijvend en algeheel beroepsarbeidsongeschikt
  2. U moet voldoen aan de inkomenseis
  3. U bent bij SPV verzekerd voor PVI

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Als u wegens blijven algehele arbeidsongeschiktheid niet meer in staat bent om uw beroep uit te oefenen, neemt het fonds, onder bepaalde voorwaarden, de betaling van uw pensioenpremie over.

Wanneer u alle gevraagde stukken hebt ingestuurd, ontvangt u vanzelf bericht over de verdere gang van zaken rondom uw aanvraag tot premievrijstelling. De hele procedure kan meerdere maanden in beslag nemen. Uiteraard is het streven om uw aanvraag zo snel mogelijk af te ronden.

Het minimuminkomen is gelijk aan het wettelijk minimumloon. Dit vindt u op de website van de rijksoverheid.

Rijksoverheid.nl: minimumloon

Scheiding en bijzonder partnerpensioen

Een keer per vijf jaar ontvangt u een pensioenoverzicht van uw aanspraken op bijzonder partnerpensioen. Of vraag het aan het pensioenfonds.

Contact

Zodra de scheiding ingeschreven is bij de gemeente ontvangt het pensioenfonds hier automatisch bericht van. Dit geldt voor het einde van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Het einde van samenwoning moet u wel zelf aangeven bij het pensioenfonds.

Informatie over scheiden en uit elkaar gaan

Alleen als beide ex-partners overeenkomen dat zij afstand doen van het recht op bijzonder partnerpensioen hoeft het pensioenfonds dit niet af te splitsen van het partnerpensioen. Dit moet letterlijk zijn vastgelegd in een document met oog op de scheiding (bijvoorbeeld echtscheidingsconvenant of notariële akte), geef dit dan door aan het pensioenfonds.

Na uw overlijden ontvangt uw ex-partner het bijzonder partnerpensioen.

Bijzonder partnerpensioen is partnerpensioen dat is opgebouwd tot aan de scheidingsdatum (of beëindiging geregistreerd partnerschap of beëindiging samenlevingscontract). Het bijzonder partnerpensioen ontvangt de ex-partner na uw overlijden. Bijzonder partnerpensioen wordt bij scheiding of einde samenleving automatisch toegekend aan de ex-partner. De ex-partner kan eventueel afzien van bijzonder partnerpensioen. Als letterlijk is vastgelegd dat u afstand doet van bijzonder partnerpensioen in een document met oog op de scheiding (bijvoorbeeld echtscheidingsconvenant of notariële akte), geef dit dan door aan het pensioenfonds. In dat geval wordt het bijzonder partnerpensioen niet afgesplitst. Dan gaat na overlijden van de deelnemer het hele partnerpensioen naar de persoon die op moment van overlijden als partner is aangemerkt.

Scheiding en verevening ouderdomspensioen

Voor het aanvragen van een verevening stuurt u het ingevulde formulier 'Mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderdomspensioen' naar het pensioenfonds. Het formulier vindt u op www.rijksoverheid.nl.

Zodra de scheiding ingeschreven is bij de gemeente ontvangt het pensioenfonds hier automatisch bericht van. Dit geldt voor het einde van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Het einde van samenwoning moet u wel zelf aangeven bij het pensioenfonds.

Informatie over scheiden en uit elkaar gaan

Nee, het pensioenfonds neemt geen verzoeken voor verevening van ouderdomspensioen in behandeling die na twee jaar na inschrijving van de scheiding bij de Burgelijke Stand binnenkomen.

Nee, als u een verzoek voor verevening hebt ingediend met het formulier ‘Mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderdomspensioen’, is de verevening definitief.

Bent u gescheiden na 1 mei 1995? Dan hebt u wettelijk recht op de helft van het ouderdomspensioen van uw ex-partner. U mag een andere verdeling afspreken. U mag ook afspreken om het ouderdomspensioen niet te verdelen. Dan sluit u de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) uit. Wilt u dat het pensioenfonds de verevening van het ouderdomspensioen verwerkt en bij pensionering de uitkeringen aan iedere ex-partner apart overmaakt? Vraag dan binnen twee jaar na echtscheiding om verevening bij het pensioenfonds. Hiervoor is een speciaal formulier. Dit vindt u op www.rijksoverheid.nl.

Nee, u bent vrij om afspraken te maken met uw ex-partner over de verdeling van het ouderdomspensioen. Deze afspraken moeten uiteraard wel binnen het wettelijke kader zijn en uitvoerbaar zijn voor de pensioenuitvoerder.

Wilt u van tevoren weten wat de waarde van het gedurende het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen is? Dan kan het pensioenfonds dit voor u berekenen. Let op: hieraan zijn kosten verbonden. Aan de verevening zelf zijn ook kosten verbonden.

Verevening is de verdeling van het ouderdomspensioen na echtscheiding volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS). De ex-partner heeft wettelijk gezien recht op de helft van het ouderdomspensioen dat gedurende het huwelijk is opgebouwd. Maar beide ex-partners mogen ook besluiten om het anders af te spreken. Ze mogen een andere verdeling afspreken of afspreken om het ouderdomspensioen niet te verdelen. Meld verevening bij het pensioenfonds binnen 2 jaar nadat de scheiding is ingeschreven bij de Burgerlijke Stand. Hiervoor is een speciaal formulier. Dit vindt u op www.rijksoverheid.nl. Op grond van de informatie op het formulier zal het pensioenfonds uitrekenen wat het verevende ouderdomspensioen is. Wanneer de deelnemer met pensioen gaat, keert het pensioenfonds het verevende pensioen rechtstreeks uit aan de ex-partner. Als verevening niet doorgegeven wordt aan het pensioenfonds, vervalt het recht op verevening niet. De deelnemer moet dan zelf zorgen voor uitkering van het verevende deel aan zijn of haar ex-partner.

www.rijksoverheid.nl

De kosten voor een verevening van ouderdomspensioen bij echtscheiding bedragen € 94,49 voor beide ex-partners. Dus in totaal € 188,97 (2015). De kosten voor een conversie zijn hoger. Conversie bij scheiding: als het verevende ouderdomspensioen plus het bijzonder partnerpensioen samen omgezet worden in een eigen ouderdomspensioen voor de partner op zijn of haar eigen pensioendatum.

Verhoging AOW-leeftijd

Vanaf 1 januari 2013 wordt de AOW-leeftijd in stappen verhoogd van 65 tot 67 jaar. Vanaf 2022 wordt bij de bepaling van de AOW-leeftijd gekeken naar de gemiddelde levensverwachting.Meer over AOW leest u op de site van de Sociale Verzekeringsbank: SVB.nl

Verplichte pensioenregeling

De deelname aan deze beroepspensioenregeling is verplicht voor eenieder die als verloskundige is ingeschreven in het register als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg van 11 november 1993, zoals geldend op 1 januari 2014, alsmede eenieder die in vorenbedoeld register als verloskundige is ingeschreven geweest, dan wel heeft voldaan aan alle eisen die aan inschrijving als verloskundige zijn gesteld; en, die in Nederland werkzaam is binnen de geboortezorg of uit hoofde van zijn of haar verloskundige titel bestuurlijke functies bekleedt en de pensioendatum nog niet heeft bereikt.

Het pensioenfonds voert periodieke verplichtstellingscontroles uit. U moet aangeven of u werkzaam bent als verloskundige of niet.

Waardeoverdracht

U kunt uw verzoek voor waardeoverdracht (naar dit pensioenfonds) indienen door het formulier Aanvragen waardeoverdracht in te vullen en aan ons op te sturen.

Downloads

Of waardeoverdracht verstandig is, hangt af van veel factoren. De regeling van uw oude pensioenuitvoerder en de regeling van uw nieuwe pensioenuitvoerder moeten goed met elkaar vergeleken worden om hier een juiste beslissing over te nemen. Vraag daarom altijd advies bij een onafhankelijk pensioenadviseur. In ieder geval leidt waardeoverdracht tot een meer overzichtelijke pensioensituatie. Alles is dan namelijk ondergebracht bij één pensioenuitvoerder.

Volgens de Nederlandse wetgeving mag u de waarde van uw pensioen overhevelen naar een pensioenregeling in het buitenland. Er is verschil tussen overdracht naar een land binnen de Europese Unie en daarbuiten.

Binnen de Europese Unie is er een wettelijke plicht tot waardeoverdracht. Wel moet hiervoor aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Wilt u binnen de EU uw pensioengelden overdragen en hebt u dispensatie gekregen van de Belastingdienst? Dan kunt u uiteraard aan SPV vragen om te toetsen of uw waardeoverdracht aan de overige voorwaarden voldoet. Hieronder vind u het adres van de Belastingdienst om toestemming te vragen.

Belastingdienst Particulieren/Ondernemingen Buitenland
De werkgroep Loonbelasting
Postbus 4486
6401 CZ HEERLEN

Buiten de Europese Unie is er een bevoegdheid tot waardeoverdracht. Dit betekent dat de pensioenuitvoerder niet hoeft mee te werken aan deze waardeoverdracht. SPV werkt uiteraard wel mee aan een waardeoverdracht. U moet wel eerst een beschikking van de Belastingdienst aanvragen en toestemming van De Nederlandsche Bank (DNB) hebben. Dit zijn de adressen:

Belastingdienst Particulieren/Ondernemingen Buitenland
De werkgroep Loonbelasting
Postbus 4486
6401 CZ HEERLEN

De Nederlandsche Bank
Postbus 929
7301 BD APELDOORN

Een voordeel van waardeoverdracht kan zijn dat het pensioen dat u bij een andere pensioenuitvoerder had opgebouwd, meegroeit met indexatieontwikkelingen bij SPV. Soms groeien door waardeoverdracht oude pensioenen mee, terwijl deze bij de oude pensioenuitvoerder niet zouden zijn geïndexeerd. Dan kan waardeoverdracht leiden tot een hoger pensioen.

De waarde van de pensioenaanspraken (bedragen die u per jaar ontvangt) die SPV op de overdrachtsdatum voor u inkoopt, is gelijk aan de waarde van de pensioenaanspraken die u bij uw vorige pensioenuitvoerder hebt opgebouwd. Maar de pensioenaanspraken die SPV op de overdrachtsdatum inkoopt, wijken waarschijnlijk af van de pensioenaanspraken die u bij uw vorige pensioenuitvoerder hebt opgebouwd. Dit heeft te maken met de pensioenregeling van SPV. De pensioenregeling van SPV heeft een onvoorwaardelijk indexatiebeleid. Dit houdt in dat SPV uw pensioenaanspraken ieder jaar (voor én na pensionering) indexeert met minimaal het onvoorwaardelijke verhogingspercentage (2,0%). De pensioenaanspraken op de overdrachtsdatum zijn dus niet gelijkblijvende, maar stijgende pensioenaanspraken. SPV kent ook een conversiemogelijkheid. Dit houdt in dat u bij uw pensionering ervoor kunt kiezen om de toekomstige indexering om te zetten (= converteren) in een hoger aanvangspensioen. Uw toekomstige indexering wordt dan verlaagd en u ontvangt een hogere pensioenuitkering. De onvoorwaardelijke indexatie en de conversiemogelijkheid zorgen ervoor dat u bij uw pensionering een hogere pensioenuitkering ontvangt.

Waardeoverdracht kunt u zelf opstarten. Dien een verzoek voor waardeoverdracht in met het formulier Aanvragen waardeoverdracht. Voor waardeoverdracht is het belangrijk dat het 'oude' pensioenfonds en het 'nieuwe' pensioenfonds hier financieel gezond genoeg voor zijn. Beide fondsen moeten daarom een dekkingsgraad van minimaal 100% hebben.

formulier Aanvragen waardeoverdracht

Uw pensioenaanspraken blijven dan staan bij uw oude pensioenuitvoerder.

De overdracht van uw pensioenaanspraken van de ene pensioenuitvoerder naar de andere gaat in acht stappen.

Stap 1: U vult het aanvraagformulier voor waardeoverdracht in en stuurt het op naar Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (SPV).

Stap 2: De nieuwe pensioenuitvoerder (SPV) vraagt binnen 1 maand na ontvangst van uw verzoek een opgave van de opgebouwde pensioenaanspraken aan uw vorige pensioenuitvoerder.

Stap 3: Uw oude pensioenuitvoerder verstrekt de gevraagde opgave binnen 2 maanden aan SPV.

Stap 4: SPV stuurt u binnen 2 maanden na ontvangst van de opgave het pensioen bij uw vorige pensioenuitvoerder ook een opgave. Hierop staan uw (in te kopen) pensioenaanspraken in de nieuwe regeling.

Stap 5: U hebt na ontvangst van de opgave van SPV 2 maanden de tijd om te beslissen of u de waardeoverdracht door wilt laten gaan. Uw beslissing geeft u aan op de akkoordverklaring. U stuurt de akkoordverklaring ondertekend terug naar SPV. Let op: als u akkoord gaat met de waardeoverdracht en u hebt een partner, dan moet deze de akkoordverklaring ook ondertekenen.

Stap 6: Als u akkoord gaat met de waardeoverdracht vraagt SPV aan uw oude pensioenuitvoerder om de waarde van uw pensioen (= overdrachtswaarde) over te maken aan SPV. Dat gebeurt binnen een maand na ontvangst van uw akkoordverklaring. Als u niet akkoord gaat, informeert SPV uw oude pensioenuitvoerder en sluit de procedure voor overdracht af. Stap 7 en stap 8 worden dan niet meer doorlopen. Ook dit gebeurt binnen 1 maand na ontvangst van de 'niet-akkoordverklaring'.

Stap 7: Uw oude pensioenuitvoerder maakt binnen tien werkdagen de overdrachtswaarde over aan SPV.

Stap 8: SPV stuurt u na ontvangst van de overdrachtswaarde een schriftelijke bevestiging. Vanaf dat moment hebt u geen aanspraken meer bij uw oude pensioenuitvoerder.

Waardeoverdracht wil zeggen dat u pensioenrechten die u bij een vorige pensioenuitvoerder of pensioenfonds hebt opgebouwd, overhevelt naar uw nieuwe pensioenuitvoerder of pensioenfonds. Door deze waardeoverdracht kan uw nieuwe pensioenuitvoerder extra ouderdomspensioen inkopen in uw nieuwe pensioenregeling.

Weet waarvoor je kiest

Nee, dit is niet waar. De verplichte aansluiting bij SPV geldt niet voor verloskundigen die in loondienst werken en voor hun pensioen verplicht verzekerd zijn bij ABP of PFZW (voorheen PGGM). Bouwt u bijvoorbeeld pensioen op bij PFZW en werkt u tevens als verloskundige in de vrij gevestigde praktijk, dan moet u deelnemen bij de Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen voor uw inkomen uit de werkzaamheden in de vrij gevestigde praktijk.

Maar bent u als verloskundige ingeschreven (geweest) in het register als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, of heeft u voldaan aan alle eisen die aan inschrijving als verloskundige zijn gesteld én bent u in Nederland werkzaam? Dan bouwt u verplicht pensioen op bij SPV. De regeling is ook verplicht voor verloskundigen die parttime of als waarnemer, uitzendkracht of oproepkracht werken.

Nee, dit is niet waar. Elk jaar verhoogt SPV zowel de ingegane pensioenen als de pensioenaanspraken van verloskundigen die nog niet gepensioneerd zijn. Die toeslag van 2% is bedoeld om de waarde van uw pensioen op peil te houden.

Ja, dit is waar, als u lid bent van DPV. U hebt uitdrukkelijk de keuze om al of niet lid te worden van de Deelnemersvereniging Pensioenfonds Verloskundigen (DPV). Als lid hebt u invloed op de inhoud van de pensioenregeling. DPV vindt het "one man - one vote'-systeem een groot goed.

Nee, dit is niet waar. Iedereen kan en mag eerder stoppen dan op de (nieuwe hogere) pensioenrichtleeftijd van 67 jaar. Dat kan op z’n vroegst op uw 55-jarige leeftijd. Maar let op wel op, want als u eerder stopt, wordt uw maandelijkse pensioenuitkering lager.

Ja, dit is waar. Als u overlijdt, hebben uw partner en/of eventueel uw kinderen recht op een pensioenuitkering. Behalve als u dit bij pensioeningang hebt uitgeruild voor een hoger pensioen voor uzelf. Pensioen voor uw partner gaat in vanaf de eerste dag van de maand na uw overlijden en wordt levenslang uitgekeerd. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan het partner- en wezenpensioen.

De gemeente brengt SPV automatisch op de hoogte van uw overlijden. Als er recht is op partner- en wezenpensioen, neemt SPV vervolgens contact op met uw nabestaanden. Uw partner ontvangt een brief met de bedragen en de vraag om eventueel aanvullende informatie te verstrekken. SPV regelt ook de eventuele uitkering van een bijzonder partnerpensioen (aan een ex-partner).

Uw partner ontvangt de eerste uitkering vanaf de eerste dag van de maand na uw overlijden. Het maakt daarbij niet uit of uw partner wel of niet een eigen inkomen heeft. In de praktijk komt het voor dat de eerste betaling wat later plaatsvindt in verband met het heen en weer sturen van de benodigde informatie.