Herstelplan

Het herstelplan kan worden gezien als de route naar financiële gezondheid. Net als veel andere pensioenfondsen heeft ook SPV last van de slechte economische situatie. De marktrente is laag. Ook leven mensen gemiddeld langer. Daarnaast zijn we een fonds met veel jonge deelnemers. Hierdoor moeten we nu meer geld reserveren om straks de pensioenen te kunnen betalen.

Dekkingsgraad
De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen (de nu en in de toekomst uit te betalen opgebouwde pensioenen). Stel: alle opgebouwde pensioenen moeten tegelijkertijd uitbetaald worden. Bij een dekkingsgraad van 100% of hoger lukt dat. Er is dan genoeg geld in kas om de huidige en toekomstige pensioenen te betalen. Is de dekkingsgraad lager dan 100% dan is er onvoldoende geld beschikbaar om alle opgebouwde pensioenen uit te betalen. Dan moeten we maatregelen nemen.

Beheersen van risico's
Voor een pensioenfonds is het beheersen van risico’s van groot belang. Voor het veilig omgaan met pensioentegoeden gelden strenge wettelijke regels. Naast De Nederlandsche Bank (DNB) houdt ook de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht op de pensioenfondsen. Onze beleidsdekkingsgraad moet minimaal 119,3% (2019) zijn. Ligt onze beleidsdekkingsgraad onder dit niveau? Dan is SPV wettelijk verplicht een herstelplan bij DNB in te dienen. Hierin staan de maatregelen om SPV weer financieel gezond te maken. De ondergrens is 104,5% (2019). Een pensioenfonds mag niet te lang op deze ondergrens zitten, maximaal 5 jaar.

Herstelplan
Het pensioenfonds heeft in 2019 opnieuw een herstelplan opgesteld en ingediend bij DNB. In het herstelplan staat welke maatregelen we nemen om in de komende 10 jaar weer financieel gezond te worden. Zo kunnen we de komende jaren de pensioenen niet extra verhogen, maar uw jaarlijkse verhoging van 2% blijft bestaan. Daarnaast moeten we helaas de opgebouwde pensioenen en pensioenopbouw opnieuw verlagen. Het moment dat de dekkingsgraad van SPV 5 jaar onder de 104,5% zit komt dichterbij. Als dat het geval is zal SPV er op dat moment voor moeten zorgen dat de dekkingsgraad gelijk is aan deze ondergrens. Dat betekent dat we de pensioenen dan opnieuw moeten verlagen. Het herstelplan ligt ter inzage bij het pensioenfonds.

Crisisplan
Om voorbereid te zijn op een financiële crisis heeft SPV een financieel crisisplan opgesteld. In dit crisisplan staat wanneer er sprake is van een crisis en hoe het bestuur handelt als SPV in een crisissituatie komt. De lasten van de crisismaatregelen worden zo evenwichtig mogelijk verdeeld over alle (oud-)deelnemers en pensioengerechtigden.

Herstelplan

Tussen pensioenfondsen bestaan grote verschillen. Denk aan de verschillen in leeftijd van de deelnemers, het aantal gepensioneerden en het aantal parttimers. Daarnaast spelen de omvang van het vermogen, de beleggingsmix en het beleid voor de afdekking van de rente een rol. En bij ondernemings- of bedrijfstakpensioenfondsen kan er een afspraak bestaan tussen het fonds en de werkgever dat de werkgever in moeilijke tijden bijspringt. SPV is een beroepspensioenfonds, dus daar kan de werkgever niet bijspringen. Al deze zaken leiden tot verschillen in de dekkingsgraad.

Voor SPV telt het nu zwaar dat de gemiddelde leeftijd van de deelnemers laag is in vergelijking met andere fondsen. SPV is een jong fonds en daardoor is SPV gevoeliger voor renteontwikkelingen. De ingelegde premie levert met de huidige lage rente voor de lange termijn veel minder op. Verder heeft de onvoorwaardelijke indexatie van 2% bij SPV invloed op de dekkingsgraad. Zonder deze vaste verhoging zou de dekkingsgraad een flink stuk hoger zijn.

Maatregelen 2019

Of we de pensioenen moeten verlagen, hangt af van onze dekkingsgraad. Die laat zien hoe SPV er financieel voor staat. Onze dekkingsgraad moet tenminste 104,5% zijn. Eind december 2018 was onze dekkingsgraad 87,5%. Omdat onze dekkingsgraad te laag is, moeten we maatregelen nemen om onze financiƫle positie te verbeteren. De lage dekkingsgraad komt vooral door de lage rentestand. Met de huidige lage rente levert de ingelegde premie voor de lange termijn onvoldoende op. Daarnaast zijn we een fonds met veel jonge deelnemers. Dit en de lage rentestand zorgt ervoor dat we nu meer geld opzij moeten zetten om de pensioenen ook in de toekomst te kunnen betalen.

In 2019 nemen we 2 maatregelen. Op 1 januari 2019 bleef de pensioenopbouwkorting voor actieve deelnemers gelijk op 30%. Daarnaast verlagen we op 31 december 2019 de opgebouwde pensioenen en de pensioenuitkeringen met 1,8%. Op deze manier verdelen we de lasten op een evenwichtige manier tussen actieve deelnemers, oud-deelnemers en uitkeringsgerechtigden. Zo draagt iedereen bij aan een toekomstbestendige pensioenregeling en wordt de rekening niet doorgeschoven naar toekomstige generaties.

Van uw premie kopen we elk jaar een stukje pensioen voor later in. Ook in 2019 verlaagden we de pensioenopbouw met 30%. Dat betekent dat elke euro premie die u dit jaar aan premie betaalt, 30% minder pensioen oplevert. Het verlagen van de pensioenopbouw was nodig, omdat door de aanhoudende lage rente de pensioenopbouw met verlies wordt ingekocht. Door deze verlaging kunnen we de verlaging van de pensioenaanspraken en -uitkeringen beperkt houden tot 1,8% op 31 december 2019.

In onze brief van juni 2019 las u wat deze maatregelen betekenen voor uw pensioen. Deze maatregelen zijn verwerkt in het pensioenoverzicht dat u in 2019 ontving.

Ja, u houdt altijd pensioen over. SPV heeft nog steeds veel geld in kas. Zo wordt uw pensioen bij SPV altijd verhoogd met een onvoorwaardelijke indexatie van 2%*. Uw pensioen bij SPV wordt nu verlaagd met 1,8%. Maar door de jaarlijkse verhoging van 2%* neemt uw pensioen, ondanks de verlaging, toch toe met 0,2%.

Naast uw pensioen bij SPV heeft u misschien in het verleden ook pensioen opgebouwd bij andere pensioenfondsen. Op mijnpensioenoverzicht.nl. vindt u een totaaloverzicht van uw AOW en het door u opgebouwde pensioen.

*Voor sommige oud-deelnemers en gepensioneerden kan dit percentage anders zijn.