Uw pensioen is afgeleid van de door u betaalde pensioenpremie tijdens uw deelname aan de regeling. Dit wordt ook wel een beschikbare premieregeling genoemd.
Hoe werkt het?
Elk jaar bouwt u een stukje pensioen op. Alle stukjes pensioen samen vormen uw uiteindelijke pensioen.
Hoe bouwt u pensioen op?
De opbouw van uw pensioen vindt plaats via de betaling van pensioenpremies. Met deze premie wordt steeds een deel van het pensioen ingekocht. Alle stukjes pensioen samen vormen uw uiteindelijke pensioen. U bouwt niet over uw gehele beroepsinkomen pensioen op. Dat wordt hieronder uitgelegd.
Uw opgebouwde pensioen wordt jaarlijks verhoogd. Hierdoor stijgt uw pensioen. Lees hier meer over de verhoging van uw pensioen.
Partner- en wezenpensioen
Tegelijk met de opbouw van uw ouderdomspensioen bouwt u ook partner- en wezenpensioen op. Overlijdt u, dan ontvangt uw partner een levenslange uitkering, het zogenaamde partnerpensioen. Overlijdt u tijdens uw deelname aan deze pensioenregeling? Dan is het partnerpensioen gelijk aan 70% van het te bereiken ouderdomspensioen. Als u uit dienst gaat, is het partnerpensioen 70% van het tot dan toe opgebouwde ouderdomspensioen.
Wezenpensioen
Uw kind(eren) ontvangen bij uw overlijden (uiterlijk tot 21 jaar) een wezenpensioen, zolang zij aan de voorwaarden hiervoor voldoen. Het wezenpensioen is 20% van het partnerpensioen.
Alleen als u komt te overlijden tijdens deelname aan deze pensioenregeling is de uitkering van het partner- en wezenpensioen gekoppeld aan het ouderdomspensioen dat u had kunnen bereiken als u tot aan de pensioendatum was blijven deelnemen aan de pensioenregeling.
Er is een grens aan het wezenpensioen. Het pensioenfonds stelt een bedrag aan wezenpensioen beschikbaar ter grootte van maximaal de uitkering aan drie kinderen. Als en zolang er meer dan drie kinderen zijn die recht hebben op wezenpensioen, wordt dit totaalbedrag over alle kinderen gelijk verdeeld.
Het wezenpensioen waarop recht bestaat wordt verdubbeld vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het kind volledig ouderloos wordt. In dit verband wordt onder ouder verstaan de ouder die in familierechtelijke betrekking staat tot het kind.
Waarover bouwt u pensioen op?
U bouwt niet over uw gehele beroepsinkomen pensioen op. U ontvangt namelijk later ook een AOW-uitkering van de overheid. Daarom bouwt u over € 20.930 (2012) van uw beroepsinkomen geen pensioen op. Dit deel heet de franchise. U bouwt dus pensioen op over het beroepsinkomen boven die franchise. Dat deel van uw beroepsinkomen is uw pensioengrondslag.
Er is een maximum gesteld aan het beroepsinkomen waarover u in deze pensioenregeling pensioen kunt opbouwen. Is uw beroepsinkomen hoger dan het maximum beroepsinkomen? Dan bouwt u dus niet over uw volledige beroepsinkomen pensioen op. Voor dat deel moet u zelf zorgen voor aanvullende pensioenopbouw. Het beroepsinkomen is in 2012 gemaximeerd tot € 84.901,- (over het meerdere betaalt u geen premie en bouwt u geen pensioen op. Pensioenopbouw over uw inkomen boven het norminkomen is mogelijk via de bijspaarregeling.)
Premie
De hoogte van het premiepercentage is voor iedere deelnemer 12,1%. De pensioenpremie wordt bepaald door de pensioengrondslag te vermenigvuldigen met het premiepercentage.
Inzicht in uw pensioenopbouw
Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen informeert u regelmatig over uw pensioen bij SPV. Als u op dit moment pensioen opbouwt, dan ontvangt u 1x per jaar een Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Op het UPO ziet u wat u hebt opgebouwd en wat u kunt opbouwen tot uw pensioendatum. Daarnaast ontvangt u een aantal keren per jaar andere informatie van ons, zoals een nieuwsbrief. In de nieuwsbrief leest u allerlei informatie over SPV, actuele ontwikkelingen en uw pensioen bij SPV. Daarnaast informeren wij u als zich bepaalde situaties voordoen die gevolgen hebben voor uw pensioen. Denk bijvoorbeeld aan informatie over uw aanmelding, afmelding of arbeidsongeschiktheid.