De deelnemer die in de pensioenregeling pensioen opbouwt. Gegevens als sterftekansen, arbeidsongeschiktheidskansen, rekenrente en kosten die gebruikt worden om vast te stellen hoeveel geld er nodig is om de pensioentoezeggingen te kunnen waarmaken. Een specialist die verzekeringswiskundige risico-analyses verricht en de benodigde reserveringen berekent voor de vaststelling van de pensioenverplichtingen. Bij afkoop wordt de afkoopwaarde van de pensioenaanspraken in één keer uitgekeerd, de pensioenvoorziening is dan definitief beëindigd. Afkoopwaarde (ook wel afkoopsom) De afkoopwaarde is het bedrag dat ineens wordt uitgekeerd als afkoop van een verplichting om in de toekomst een serie betalingen te doen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de financiële markten in Nederland. Het gaat dan om de aanbieders van financiële producten en diensten en ondernemingen die effecten uitgeven. Bij uw overlijden hebben uw eventuele partner en/of kinderen mogelijk recht op een wettelijke uitkering van de overheid. Dat is geregeld via de Algemene nabestaandenwet (Anw). Uw achterblijvende partner kan in aanmerking komen voor een Anw-uitkering als hij of zij:
- jonger is dan 65 jaar en; - is geboren voor 1950 of; - een kind jonger dan 18 jaar heeft of; - voor ten minste 45% arbeidsongeschikt is.
De hoogte van de Anw-uitkering voor uw partner hangt af van het inkomen van uw partner. De Anw-uitkering voor uw kinderen staat los van het inkomen van uw partner. Uw partner moet deze uitkering aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank. Deze instantie regelt de Anw namens de overheid. Kijk voor meer informatie op www.svb.nl. Kijk voor meer informatie op de website van de SVB. Vanaf uw 65ste ontvangt u van de overheid een AOW-uitkering. Deze uitkering kunt u beschouwen als een basisinkomen. De hoogte van deze uitkering hangt af van uw persoonlijke omstandigheden. Hebt u tussen uw 15de en 65ste in het buitenland gewoond? Dan is het mogelijk dat u minder AOW ontvangt. De hoogte van deze uitkering hangt namelijk ook af van het aantal jaren dat u in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank regelt de AOW namens de overheid. Kijk voor meer informatie op de website van de SVB. Per 1 januari 2015 vervalt de AOW-toeslag voor de partner jonger dan 65. Voor mensen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden kan daardoor het gezamenlijk inkomen tijdelijk lager uitvallen. Dit wordt het AOW-gat genoemd. Een verklaring die jaarlijks moet worden verstrekt door een uitkeringsgerechtigde die in het buitenland woont. Met deze verklaring, die ondertekend moet zijn door een bevoegde autoriteit, kan worden vastgesteld of de betrokkene nog in leven is.
Het omzetten van geld of middelen in waardepapieren of objecten met als doel de waarde te behouden of te vergroten. Een benchmark is een maatstaf ter vergelijking van het beleggingsresultaat. Voor aandelenbeleggingen is de benchmark vaak een aandelenindex, bijvoorbeeld de AEX. Het bestuur van een pensioenfonds is een vertegenwoordiging van alle deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden in de pensioenfondsregeling. Bijzonder partnerpensioen Een partnerpensioen dat bij scheiding wordt toegewezen aan de ex-partner van de deelnemer. Uitkering vindt plaats na overlijden van de deelnemer. Het nummer waaronder u geregistreerd staat bij de gemeente waar u bent ingeschreven (voorheen sofinummer). Dit nummer is voor iedereen uniek.
Ontbinding van het huwelijk door een rechterlijk vonnis.
Indexatie (zie ook toeslagverlening) Verhoging van een pensioen of van een aanspraak op pensioen, die jaarlijks wordt verleend op grond van een in het pensioenreglement omschreven regeling. Inkomende waardeoverdracht (IWO) Geldbedrag dat binnenkomt van een vorige pensioenuitvoerder of pensioenfonds om pensioenaanspraken in te kopen in de nieuwe regeling.
Verslag van de jaarlijkse werkzaamheden waarin de voorziening pensioenverplichtingen wordt vastgesteld en waarin de analyse van het technische resultaat wordt verricht.
Binnen de grenzen van een pensioenregeling zijn dit: de weduwe of weduwnaar, geregistreerd partner of de partner waarmee een samenlevingscontract bestaat en die is aangemeld bij het pensioenfonds. Daarnaast gelden ook de kinderen van een deelnemer als nabestaande(n). Pensioen dat specifiek is bestemd voor de uitkering aan de partner en kinderen bij overlijden. Norminkomen voor loondienstmedewerkers Het norminkomen voor loondienstmedewerkers wordt jaarlijks volgens een vaste methodiek afgeleid van het norminkomen voor zelfstandigen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de correctie voor werkgeverslasten. Norminkomen voor zelfstandigen Het norminkomen voor zelfstandigen wordt als volgt bepaald: het tarief per partus – zoals vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) – vermenigvuldigd met het aantal normpartus op jaarbasis minus de vaste kostenaftrek. De vaste kostenaftrek is in dit verband een percentage van het norminkomen voor zelfstandigen. Dit percentage wordt vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit.
Dit is het percentage van de pensioengrondslag dat u per jaar aan pensioen opbouwt. Dit is het bedrag aan jaarlijks pensioen dat u hebt opgebouwd. Pensioen voor de deelnemer zelf. De uitbetaling ervan start op het moment dat de pensioendatum wordt bereikt en loopt door tot het moment dat de gepensioneerde overlijdt. Het verschil tussen het behaalde rendement en het rendement van de benchmark (positief of negatief). Overlevingstafels (sterftetafels) zijn afgeleid uit sterftetabellen die aangeven hoeveel personen na x jaar in leven zijn vanuit een standaard aantal 0-jarigen. De naam van de tafel geeft aan over welk waarnemingstijdvak de gegevens zijn verkregen (bijvoorbeeld: Gehele Bevolking 2000-2010).
Onder partner wordt verstaan: a. De echtgenoot/echtgenote van de deelnemer; of b. De persoon met wie de deelnemer een bij de burgerlijke stand geregistreerd partnerschap is aangegaan; of c. De persoon met wie de deelnemer een gezamenlijke huishouding voert, mits: - de deelnemer en de partner beiden ongehuwd zijn en geen geregistreerd partnerschap zijn aangegaan met een derde; en - de partner geen bloed- of aanverwant in de rechte lijn is van de deelnemer; en - de deelnemer en de partner gedurende ten minste een half jaar aantoonbaar een gezamenlijke huishouding voeren en ten overstaan van een notaris een samenlevingsovereenkomst hebben getekend. Pensioen ten behoeve van de partner. Uitkering vindt plaats na overlijden van de deelnemer. Verzamelnaam voor periodieke uitkeringen (meestal maandelijks), die het vroegere inkomen vervangen in geval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Gemeenschappelijk kenmerk is, dat de uitbetaling van het pensioen in elk geval eindigt zodra de rechthebbende is overleden en dat de opbouw ervan plaatsvindt in verband met het verrichten van arbeid. De aan een kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van het jaarlijks uit te betalen ouderdomspensioen, voor zover die aangroei het gevolg is van toename van de diensttijd in dat kalenderjaar. Een recht op toekomstige pensioenuitkeringen. Dit recht ontstaat door deelname aan een pensioenregeling. De eerste dag van de maand waarin de (gewezen) deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt. Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen (SPV). De persoon die op grond van een pensioenregeling een pensioen van het pensioenfonds ontvangt. Pensioengevend beroepsinkomen Dit is het deel van uw inkomen dat meetelt voor uw pensioenopbouw. Het pensioenreglement bepaalt welke delen van het inkomen meetellen voor de pensioenopbouw en dus pensioengevend zijn. De basis voor de berekening van de hoogte van de pensioenen: het beroepsinkomen minus de franchise. Rechten op pensioen die deelnemers aan een pensioenregeling hebben op grond van die pensioenregeling. Regeling waarvoor een deelnemer premies afdraagt en die de deelnemer na pensionering een inkomen garandeert. Ook wel: pensioenovereenkomst. Algemene beschrijving van de pensioenregeling. Daarin is vermeld wie deelnemen aan de regeling, hoe de hoogte van de pensioenen worden vastgesteld, welke aanspraken er zijn, wat de gevolgen zijn van ontslag, huwelijk, scheiding, arbeidsongeschiktheid, bereiken pensioendatum en overlijden. Het pensioenreglement is de juridische basis waar de betrokkenen hun pensioenaanspraken en uitkeringen aan ontlenen. Uitkering op basis van pensioenaanspraken. Pension Fund Governance (PFG) Principes voor goed pensioenfondsbestuur. 'Goed pensioenfondsbestuur' is een vertaling van de term Pension Fund Governance. Het gaat daarbij vooral om hoe het bestuur is georganiseerd, hoe verantwoording wordt afgelegd aan belanghebbenden en hoe het interne toezicht is georganiseerd. Het totale rendement op de beleggingen. Het bedrag dat een deelnemer jaarlijks moet betalen op basis van de pensioenregeling.
Het uit elkaar gaan van samenwonende, geregistreerde of getrouwde partners. Sociale Verzekeringsbank (SVB) Overheidsorgaan dat belast is met de uitvoering van onder andere de AOW en de Anw. Rechtspersoon met een bepaald eigen vermogen en een zeker doel.
Dit is het bedrag aan jaarlijks pensioen dat u ontvangt vanaf de pensioenleeftijd die op het pensioenoverzicht staat. U ontvangt dit bedrag als u tot die datum in dienst blijft en pensioen blijft opbouwen in een pensioenregeling. Uw pensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin u de pensioenleeftijd bereikt. Toeslag (zie ook indexatie) Verhoging van een pensioen of van een aanspraak op pensioen, die op incidentele basis wordt verleend of die jaarlijks wordt verleend op grond van een in het pensioenreglement omschreven regeling. Organisatie die toezicht houdt op pensioenfondsen. Zie bij De Nederlandsche Bank (DNB) en Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Uitgaande waardeoverdracht Geldbedrag dat ten behoeve van een deelnemer naar een andere pensioenuitvoerder wordt overgeheveld om daar pensioenaanspraken in te kopen. Iemand die aanspraak kan maken op een uitkering. Een overeenkomst waarbij de pensioenuitkering wordt vastgesteld. Uitruil van pensioensoorten. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om ouderdomspensioen te gebruiken voor een partnerpensioen, of andersom de mogelijkheid om partnerpensioen te gebruiken voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) UWV verzorgt de uitvoering van de sociale verzekeringen voor werknemers en werkgevers, waaronder de Werkloosheidswet (WW), Wet werk en inkomen naar arbeidsongeschiktheid (WIA) en de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Uniform Pensioen Overzicht (UPO) Gestandaardiseerd overzicht dat pensioenfondsen en verzekeraars hanteren om medewerkers persoonlijke informatie te geven over de uitkering bij pensionering, overlijden en arbeidsongeschiktheid.
Verzamelnaam voor obligaties en onderhandse leningen. Verevend ouderdomspensioen Het gedeelte van het ouderdomspensioen (OP) dat na ontbinding van een huwelijk of geregistreerd partnerschap is toegewezen aan de ex-partner. Het verevend OP komt tot uitkering op het moment dat de deelnemer de pensioendatum bereikt. Verdeling van tijdens het huwelijk opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen volgens de systematiek van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Verloskundige De verloskundige die als zodanig is ingeschreven in het register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register). Voorwaardelijkheidsverklaring Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht om u te informeren over de toeslagen (indexatie) die zij verlenen. Ook de te verwachten toeslagen voor de komende jaren moeten worden vermeld. Dit gebeurt in de zogenaamde voorwaardelijkheidsverklaring.
Het overdragen van de contante waarde van pensioenaanspraken om pensioenverlies te voorkomen wanneer een medewerker van pensioenregeling wisselt. Nabestaandenpensioen dat na het overlijden van een deelnemer aan een pensioenregeling – tot het bereiken van een bepaalde leeftijd – wordt uitgekeerd aan de kinderen van de betrokken deelnemer.
|
|